In Tibet zet de Chinese overheid Mandarijnse spraak wedstrijden in om de Tibetaanse taal en cultuur te verdringen. Tijdens een nationale wedstrijd op 9 en 10 november in Lhasa namen 33 Tibetanen deel. Dergelijke evenementen worden ook in kloosters en scholen georganiseerd, waar deelnemers Mandarijn moeten gebruiken om de Communistische Partij te prijzen.
Sinds 2020 heeft Beijing maatregelen genomen om onderwijs in het Tibetaans terug te dringen. Privéscholen zijn gesloten en informele taal workshops voor kinderen zijn verboden. Internaten waar alleen Mandarijn wordt gesproken, scheiden Tibetaanse kinderen van hun families en gemeenschappen. Deze aanpak gaat gepaard met politieke indoctrinatie, waardoor de Tibetaanse identiteit ernstig onder druk staat.
Zelfs in landelijke gebieden worden boeren en nomaden verplicht Mandarijn te gebruiken. Activisten waarschuwen dat deze taalpolitiek gericht is op het gelijkmaken van Tibetanen en het vernietigen van hun culturele erfgoed. Initiatieven van Tibetanen om hun taal te beschermen, zoals lokale taalwedstrijden, zijn verboden en scholen die Tibetaanse lessen aanbieden, zijn gesloten.
Hoewel de Chinese overheid zegt dat deze maatregelen bijdragen aan nationale eenheid en betere taalvaardigheid, zien critici het als een bewuste strategie om de Tibetaanse cultuur uit te wissen. Met de ambitie om Mandarijn tegen 2025 overal verplicht te maken, vrezen velen voor het voortbestaan van een unieke en eeuwenoude identiteit.
Het behoud van de Tibetaanse taal is essentieel om deze bedreiging het hoofd te bieden en de culturele diversiteit van Tibet te beschermen.